Selecteer een pagina

Afgelopen week was het dan eindelijk zover. Schaatsen op natuurijs! En dat in maart: de maand van de lente. Holadiee. Maar hoe bereid je je eigenlijk voor op zo’n sportieve onderneming? Ik moet zeggen: dat ging hier fantastisch. Ahum.

Na een tijd te hebben gebaald van de kou, is het vooruitzicht om in de buitenlucht te kunnen schaatsen ontzettend tof. Ik ben dan ook door het dolle heen wanneer het ein-de-lijk mogelijk is om op natuurijs te schaatsen. Alleen schijnt niet al het ijs betrouwbaar te zijn. Ik zoek daarom een plek uit waar veel kleine kinderen schaatsen. Als ouders het aandurven om hun kroost daar te laten schaatsen, dan zal het wel goed zijn (dat kinderen veel lichter zijn en daardoor minder snel door het ijs zullen zakken dan ik, neem ik voor lief).

Verder schijnt het handig te zijn om ijspriemen, touw en ander tuig mee te nemen om jezelf uit het ijs te trekken. Dat alles heb ik niet standaard in huis liggen, dus ik hoop maar dat die kinderen sterk genoeg zijn om mij uit het water te halen; mocht dat nodig zijn. Waar ik wél voor zorg, is dat mijn fiets goed werkt, zodat mij niks kan overkomen als ik onderweg ben naar dat gevaarlijke water. Ik heb kruipolie om een eventueel vastgeroest slot los te krijgen, ik pomp nog even de banden op, gooi extra plastic op mijn zadel om een nat achterwerk te vermijden (de binnenkant van mijn zadel zit vol met ijs) en ga daarna een tijdje bij de kachel zitten om mijn koude handen te laten ontdooien.

Dan bedenk ik wat ik allemaal mee moet nemen als ik wil schaatsen, eigenlijk best veel… Het kost wat tijd om alles bij elkaar te krijgen:

  • Extra laagjes kleding, waar was toch alweer die legging gebleven?
  • Comfortabele, warme sokken die niet snel nat worden. Waarom kan ik daarvan maar eentje terugvinden?
  • Schaatsbeschermers, voor het geval ik moet klunen.
  • Een oude tas om daarin mijn schaatsen te vervoeren. Waar lag die ook alweer?
  • Iets om foto’s mee te maken, zodat de hele wereld weet dat ik ontzettend sportief ben aangelegd (túúúúúrlijk).
  • De dikste handschoenen en wederom: waarom kan ik daarvan maar eentje terugvinden?
  • Een warme muts, die ik ergens terugvind in de omgeving van de gasmeter. Tja…
  • Boterhammen met pindakaas om net zo goed te worden als Evert van Benthem, voor de broodnodige energie.
  • Een flesje water tegen de dorst.
  • Geld, omdat warme chocolademelk eigenlijk lekkerder is dan water.
  • Een mobieltje, zodat ik iemand kan bellen als ik door het ijs zak (dat zo’n ding nat wordt en wellicht kapot is na zo’n actie negeer ik maar even).
  • Oude theedoeken om mijn schaatsen mee schoon te vegen, de afwas kan wel even wachten.
  • Papieren zakdoeken, omdat je met deze koude temperaturen snel een snotneus hebt. Ook handig als je per ongeluk in de vogelpoep gaat zitten of zo.
  • Sleutels, waar zijn de huissleutels? Ik pak mijn hele tas uit. Geen sleutels. O ja, die zitten nog in een andere broek. Zucht, naar boven rennen om de sleutels te pakken.

Ik prop mijn spullen opnieuw in de tas, doe mijn sleutels erbij, ga dan op zoek naar mijn fietssleutels, bedenk dan dat ik mijn huissleutels weer uit de tas moet halen om de voordeur mee af te sluiten. Dan is het zover: mijn tas is ingepakt, ik heb mijn dikste jas aan en ik heb mijn huis- en fietssleutels bij de hand. Ik ben er helemaal klaar voor. Bij de voordeur dringt het tot mij door… Mijn schaatsen, ik ben mijn schaatsen vergeten!

Vermoeiend hoor zo’n schaatstocht… Niet eens zozeer om het schaatsen, maar vooral om het gedoe eromheen. Het is maar goed dat het vandaag dooit en dat de lente in aantocht lijkt te zijn. Dan kan ik mij alvast voorbereiden op een zomerse zwemsessie (als ik mijn badpak terug kan vinden)…