Selecteer een pagina

Nep

Geschreven voor www.120w.nl; thema Elders

Terwijl mijn handen typen, reizen mijn gedachten. Naar een prachtige plek zonder regen of storm. Een stukje wereld waarin mensen wonen die hun lach nog niet zijn verloren. Hier kan ik oprecht zijn en hoef ik mezelf niet anders voor te doen. Dit paradijs kent liefde zonder voorwaarden. Het is de enige plek waar ik altijd bemind en onschuldig zal zijn. Voor altijd. Hier durf ik mijn hart weg te geven. Net zoals ik ooit deed in de echte wereld, voordat het in stukken werd geslagen.

De computer bliept. Mijn gedachten keren van elders terug. Op mijn scherm verschijnt de zoveelste man; hij is niet anders dan de rest. Nep. Ik doe de webcam aan en typ een hart terug.

Van de kaart

Geschreven voor www.120w.nl; thema Bovenkamer

“Hartstikke verdwaald,” zucht ik: “Geef hier!” Ik gris de kaart uit Karels hand.
“Kijk nou wat je doet!” roept Karel. Te laat.
De kaart scheurt doormidden, dwars door mijn boosheid heen. Het geluid van het losgerukte papier gaat door mijn hele lichaam, zet zich vast in mijn hoofd en slaat mij neer. Onze enige uitweg heb ik vernield.

“We moeten hier weg,” zegt Karel. Er klinkt paniek in zijn stem en we weten allebei waarom. De nacht kan ons op ieder moment inhalen. Als dat gebeurt, zijn we kansloos in dit onherbergzame gebied.
“Het spijt mij,” fluister ik: “Misschien heb je toch de kaart verkeerd vastgehouden. Nu zullen we nooit meer weten of wij in Onderkamer of in Bovenkamer zijn.”

De mededeling

Zijn leven verliep netjes. Hij behaalde keurige diploma’s, kreeg een baan waarbij de mensen ‘u’ zeiden, trouwde met zijn jeugdliefde, kocht een representatieve auto, kreeg twee voorbeeldige kinderen en woonde in een respectabele buurt met eendenvijver.

Geluk was voor hem normaal. Tot die dag waarop hij ‘Je bent ontslagen’ hoorde. Hij stapte in zijn auto die alle glans had verloren en bleef rondjes rijden. De bomen in zijn straat keerden hem de rug toe. Net als zijn vrouw en kinderen straks deden; dat wist hij zeker.
Hij smeet het portier dicht en rende hard weg, geen idee waarheen. Het enige wat hij wist, was dat hij nooit meer binnen de lijntjes wilde lopen.
Er plonsde een auto in de vijver.

De zeepbel

Op de hoek van een eenzame straat staat een meisje met bellenblaas. Met haar adem raakt zij het zeepsop aan dat ze van haar moeder heeft gekregen. Voor haar ogen ontstaat een nieuwe wereld, steeds groter en kleuriger. De grijze en natgeregende straten bestaan niet meer. De werkelijkheid is opgesloten in een zeepbel vol verlangen.

De wind neemt de zeepbel mee. Midden in de grauwe lucht wordt een sprookje zichtbaar, vol paars en blauw. In dit sprookje is het zomer en leeft haar vader nog. Hij is koning. Zij is een mooie prinses. Voor altijd. Haar wangen beginnen te gloeien. Dan verdwijnt de zeepbel en is de wereld weer werkelijk. Tot het moment waarop het meisje een nieuw sprookje blaast.

Vieze vlieg

Er zit een vlieg in mijn sla. Zo’n dikke, met groen achterlijf. Eigenlijk moet ik de ober roepen en hem vertellen dat er een eng beest in mijn maaltijd zit. En dat dit
beest een konijnenkeutel als voorgerecht heeft geconsumeerd, verse hondenuitwerpselen heeft genuttigd als hoofdgerecht en dat hij nu mijn sla gebruikt als dessert.
Zijn toetje is mijn feestmaal. Niemand weet dat ik jarig ben. Toch heb ik mij naar een chique restaurant gesleept om van deze avond te genieten. Precies zoals de leidster van de assertiviteitscursus mij heeft opgedragen. Dit is niet zomaar een maaltijd, maar mijn maaltijd. Mijn feest.
Ik staar naar de vlieg in mijn sla. Ik zucht, neem een hap en ik slik.

Listige lieveheersbeestjes

Vroeger hield ik zielsveel van lieveheersbeestjes. Ik liet hen lopen op mijn arm en telde alle stipjes. Ik hees mezelf in een lieveheersbeestjes-pak en probeerde dan te
vliegen. Heel lang bleef ik zweven in de gedachte dat lieveheersbeestjes schattige en onschuldige beestjes waren. Tot ik landde in de rauwe werkelijkheid.
In de echte wereld zijn lieveheersbeestjes helemaal niet lief, maar doen zij vooral aan zinloos geweld. Het zijn listige vampieren die de gedaante hebben aangenomen van insecten met zwarte stipjes. Met hun scherpe kaken grijpen zij hun slachtoffers en blijven net zo lang zuigen tot er niets meer te zuigen valt. Daarna slobberen zij koelbloedig een nieuwe bladluis leeg. Grijpen, slurpen, volgende patiënt.
Het is een belangrijke levensles. Niet de wetenschap, maar het lieveheersbeestje heeft de liposuctie uitgevonden.