Selecteer een pagina

Als kind raakte ik soms van streek. Door woorden die hard bij mij aankwamen. “Schelden doet geen zeer,” zeiden de volwassenen dan: “Een spijker in de kont, dat helpt veel meer.” Ik moest mij van rare woorden niks aantrekken. Woorden waren maar woorden. Toch?

Woorden… Ik leerde al snel om deze te gebruiken. Als onderdeel van een mooie anekdote of verhaal. Woorden om iets aardigs te zeggen. Om beloftes te doen. Om mensen een hart onder de riem te steken. Net als iedereen, maak ik mij soms schuldig aan het misbruiken van woorden. Om te bewerkstelligen dat ik mijn zin krijg. Om te vergoelijken dat ik een fout heb gemaakt. Om een verhaal van iemand anders te overstemmen. Sommige woorden die uit mijn mond komen, komen hard aan en daar ben ik niet trots op.

Ik vraag me af of het waar is dat woorden slechts woorden zijn. Volgens mij is dat een grote leugen.

Toen ik afgelopen jaar het nieuws volgde, begon het mij op te vallen dat het steeds normaler werd om beledigingen te uiten, in allerlei maatschappelijke en politieke discussies. 2016 was vooral het jaar waarin het woord ‘middenweg’ niet voorkwam: je moest ergens 100% vóór of 100% tégen zijn. En ook in 2016 werd dat ene woord veelvuldig gebruikt waar ik een hekel aan heb: moslimterrorisme.

Moslimterrorisme… Ik heb moeite met deze term. Moslims en terrorisme worden namelijk in één adem genoemd, alsof zij samen een geheel vormen. Een rare koppeling als ik hierover nadenk. Ik wil niet mijn ogen sluiten voor terrorisme als probleem. Aanslagen zijn afschuwelijk en de gevolgen voor de slachtoffers en hun families zijn vreselijk. Dat valt niet te ontkennen. Voor mij heeft terrorisme echter niets te maken met religieuze uitingen: het is een daad van extremisme. Het woord terrorisme zou voldoende moeten zijn.

Als tegenreactie op alle negativiteit van afgelopen jaar, heb ik mezelf voorgenomen om 2017 positief en optimistisch te beginnen. Loze woorden…

De goede en mooie gebeurtenissen wilde ik niet laten oversneeuwen door alle nare berichten. Begin dit jaar was ik goed op weg: ik deed de televisie wat vaker uit en zocht naar positieve berichten op Facebook en Twitter. Er leek niets aan de hand. Tot ik afgelopen weekend de hashtag #StopXenofoobTelegraaf tegenkwam…

De Telegraaf, beroemd om zijn schreeuwende ophitsende ongenuanceerde koppen, had zichzelf overtroffen: “Kansloze asielplaag”. De zwarte krantenletters brandden op mijn netvlies. Serieus? Mensen die vluchten uit oorlogssituaties, werden weggezet als een plaag? Alsof het om muggen ging. Of muizen… Die gedachte maakte mij misselijk.

ditje161_woorden

Woorden…

Nu besef ik dat het artikel eigenlijk niet gaat over asielzoekers, maar over mensen die ten onrechte asiel aanvragen en daarmee overlast kunnen veroorzaken; ook voor de mensen die gevlucht zijn. Een serieus probleem, waarvoor een oplossing moet komen. Duidelijk, maar de benoeming van het probleem maakt het niet oké. Door zo’n zware kop te plaatsen die niet eens de lading van het artikel dekt, vergroot je de kans dat alle asielzoekers een negatieve stempel krijgen (ook de mensen die gevlucht zijn uit een oorlog). Ik bedenk dat de Telegraaf niet het enige medium is dat zulke heftige woorden gebruikt. Woorden die hard bij mij aankomen…

Het is alsof ik terug ga in de tijd. Naar een moment waarop ik de impact van woorden leerde kennen en hierdoor van streek raakte.

“Het zijn maar woorden,” werd er vroeger tegen mij gezegd. Toen besefte ik dat woorden juist veel meer waren dan ‘alleen maar woorden’. Woorden hebben kracht: zij kunnen mij verdrietig of blij maken. Ik vraag me af: zouden ongenuanceerde krantenkoppen ertoe kunnen leiden dat de lezer op den duur ongenuanceerd raakt? Ik moet mijn best doen om niet van streek te raken door deze vraag.

Toch heb ik hoop. Behalve dat woorden worden ingezet als gemene wapens, kunnen woorden worden benut om te nuanceren en om liefdevolle dingen te zeggen. Woorden gebruiken in plaats van misbruiken is een grote uitdaging, maar een effectief tegengif. Het lijkt mij vooral belangrijk om te voorkomen dat harde, onmenselijke woorden normaal worden gevonden. Vertrouwd raken met onbetrouwbare woorden, dat is pas kansloos.