Selecteer een pagina

Toen ik voor de allereerste keer alleen met de trein reisde, was ik net zeventien. Spannend: helemaal van Assen naar Groningen. Een reisafstand van nog geen twintig minuten. Een reis tussen twee verschillende werelden.

Een kaartje kopen, naar het perron lopen, nadenken over het juiste spoor… Nu zijn er slechts twee sporen in Assen waaruit je kunt kiezen, maar dan is er toch nog 50% kans om in de verkeerde trein terecht te komen. Dan instappen, de rook doorstaan (uiteraard kies ik als niet-roker de rokerscoupé), blijven zitten als je in Haren komt en tenslotte de mededeling van de machinist: “Station Groningen. Eindpunt van deze trein. Vergeet uw eigendommen niet.”

ditje149martinitorenIn Groningen vergaapte ik mij aan het imposante stationsgebouw. Ook de stad was groot. Ik liep tussen de bomen en statige gebouwen, richting de Radesingel, naar het gebouw waar nu het Conservatorium is gevestigd. Toen was daar de opleiding Logopedie en ik mocht een dag meedraaien met de eerstejaars studenten. Hoewel we niet veel in leeftijd moesten verschillen, voelde ik mij veel jonger. Toch wist ik een ding zeker: in Groningen wilde ik vaker komen.

Ssssssstuderen

Ik raakte enthousiast van de gedachte om Logopedie te studeren, maar het toelatingsexamen voor deze opleiding was streng. Ik kreeg een afwijzingsbrief; de belangrijkste reden was dat ik teveel sliste bij het uitspreken van de ‘Sssssss’. Gelukkig heeft Groningen ook nog andere opleidingen. Ik reisde veel heen en weer tussen Bovensmilde en Groningen. Later besloot ik om naar Groningen te verhuizen en feitelijk ben ik daar nu blijven plakken.

Ik heb moeten wennen aan Groningen. Na mijn eerste opleidingsdag raakte ik mijn jas (met portemonnee) kwijt, omdat ik deze op mijn fiets had achtergelaten; beginnersfout nr. 1. In mijn dorp was ik gewend om naar mensen te zwaaien, sterker nog: als je dat niet deed, dan zwaaide er wat. De eerste keren dat er in Groningen een auto naar mij toeterde, zwaaide ik automatisch terug; beginnersfout nr. 2. In Bovensmilde waren er veel vriendelijke buschauffeurs die even bij de bushalte bleven wachten als ik weer eens aan de late kant was. Die verwachting had ik ook in Groningen, beginnersfout nr. 3. De bus reed vaak voor mijn neus weg…

Klapstoeltje in de berm

De stad Groningen heeft ook landelijke kenmerken…

Gisteravond keek ik naar De Hokjesman, die over De Drenten ging. Sommige dingen waren herkenbaar, bijvoorbeeld dat iedereen (ja, ik vroeger ook weleens) de motorrijders van de TT uitzwaait. Ik heb daarbij overigens nooit een klapstoeltje in de berm gezet. Wat ook herkenbaar is: toen ik in Groningen kwam, vonden veel mensen mij (te) bescheiden. Dat schijnt ook een Drentse eigenschap te zijn die in Groningen wel wat is afgesleten. Niet zo erg, bedenk ik in al mijn bescheidenheid.

Eigenlijk weet ik nog steeds niet wat ik ben. Heb ik nog steeds de Drentse nationaliteit? Of stiekem de Groningse? Of hoor ik toch een beetje bij Friesland, omdat mijn moeder daar vandaan komt? Hoe dan ook: er zit verschil tussen Drenthe en Groningen. Maar is dat verschil echt zo groot? Naarmate ik langer in Groningen woon, voelt het steeds minder aan als een stad. Ik merk dat ik steeds vaker zwaai naar mensen, gewoon omdat het bekenden van mij zijn.

Voor nu geef ik mezelf het stempel: ‘import-Groningse’, maar een ‘ex-Drent’ ben ik blijkbaar niet. Maar wat dan wel? De twijfel slaat toe. Ik voel me als de zeventienjarige Ingrid die instapt vanaf station Assen en zichzelf de hele reis afvraagt: “Zit ik in de juiste trein?” De tijd zal het antwoord brengen.