Selecteer een pagina

“Verzamelt u plaatjes?”
“Eh nou, eh…,” mompel ik. Ik verzamel niks van de supermarkt, maar mijn collega’s misschien wel.
Wacht eens even… Dat is waar ook. Ik heb geen collega’s meer.
“Nee, toch maar niet,” zeg ik dan.

‘Toch maar niet…’ Deze woorden zingen al een tijdje in mijn hoofd. Op dit moment ben ik namelijk twee maanden ‘in between jobs’, zoals dat zo mooi heet. Precies vijf jaar en tien maanden heb ik gewerkt op dezelfde afdeling. Best bijzonder, als je je bedenkt dat ik destijds voor twee maanden ben aangenomen. Dat heeft dus veel langer geduurd. Afgelopen juni moest ik vertrekken, omdat er minder werkzaamheden waren; ik was toen de allerlaatste uitzendkracht van de afdeling.

Ik ben geen spijbelaar.

Twee maanden geleden nam ik afscheid van mijn collega’s van de back office. Ik kreeg van hen leuke attenties en lieve woorden. Mijn Filipijnse collega’s stuurden fijne berichten. Aan het einde van de dag bracht mijn manager mij bij de uitgang: we namen afscheid en ik leverde mijn werkpasje in. Buiten scheen de zon. Het voelde als spijbelen om op deze manier het pand te verlaten. Alleen: een spijbelaar komt meestal terug. Ik niet…

Klimmen? Toch maar niet. Of toch wel?

Klimmen? Toch maar niet. Of toch wel? Foto: René de Boer

De weken daarna ging ik aan de slag met verschillende dingen. Ik schreef sollicitatiebrieven, overlegde met het uitzendbureau, haalde mijn zakelijke site www.ingriddevries.nl uit het stof en schreef mij in als deelnemer voor een internationale voorstelling van Noorderzon. Op mijn sollicitaties ontving ik voornamelijk ‘sorry, maar je bent het niet geworden en veel succes’-reacties. Het lastige van solliciteren vind ik dat ik minder ruimte heb om creatief te schrijven. Ondanks dat ik meer tijd overhoud, ervaar ik minder rust in mijn hoofd om een mooi verhaal te schrijven.

Wat wel fijn was: ik heb de laatste hand gelegd aan mijn kinderboek (zie mijn vorige blog) en ik heb nog dieper in het project Kunstberg kunnen duiken. Op Kunstberg ben ik trots: er zijn allerlei ontwikkelingen gaande en inhoudelijk zie ik het project steeds meer groeien. Het is fantastisch om met een team van enthousiastelingen ernaar toe te werken dat kinderen in ziekenhuizen kunnen genieten van kunst.

Uitgeverijen zijn niet zo origineel in hun afwijzingen.

Van een uitgever van kinderboeken kreeg ik gistermiddag minder goed nieuws. Deze mail ontving ik als reactie op mijn manuscript:
“Tot onze spijt moeten wij u mededelen dat wij voor uw werk geen (commerciële) mogelijkheden zien binnen ons fonds.
Vanwege de hoeveelheid manuscripten die wij wekelijks beoordelen zijn we helaas niet in de gelegenheid om over deze afwijzing van gedachten te wisselen.”

Het is balen om een mail van een paar zinnen te krijgen op een verhaal waar veel meer aandacht aan is besteed. Nu wil het toeval dat een schrijfgenoot exact dezelfde reactie heeft gehad op zijn -eveneens zorgvuldig uitgewerkte- manuscript. Het voelt voor mij als een loterij waar we aan mee hebben gedaan. Ik vraag me af: zijn onze manuscripten daadwerkelijk gelezen? Aangezien ‘van gedachten wisselen’ met de uitgeverij niet mogelijk is, zal ik hierop geen antwoord krijgen. Jammer.

Het lastige van keuzes maken, is dat ik nooit zeker weet wat ik moet kiezen.

Hoe nu verder? Het wordt tijd om gerichte loopbaan-keuzes te maken. Kies ik voor creativiteit, of ga ik voor meer stabiliteit in mijn werk? Al vraag ik me af in hoeverre er tegenwoordig nog sprake is van zekerheid als je eindelijk die vaste baan weet te bemachtigen… Wil ik in mijn toekomstige baan geld verdienen of wil ik meer aandacht voor zelfontplooiing? Het lijkt mij natuurlijk het beste als beide zaken samen gaan, maar die match is er niet altijd. En tja, de schoorsteen moet ook roken. Hm.

Logo van Kunstberg

Logo van Kunstberg

Kiezen is nooit mijn sterkste kant geweest. Wat ik wél zeker weet: ik geloof in mijn kinderboek. Dat gaat vroeg of laat uitgegeven worden: het liefst bij een andere uitgever, of in eigen beheer. Ik wil ook meer verhalen schrijven. Daarnaast kijk ik graag vooruit. Kunstberg gaat mooi worden en binnenkort mag ik een steentje bijdragen aan een Noorderzon-voorstelling! Hoewel deze voorstelling vrij abstract wordt, heb ik er zin in om op het podium te staan. De laatste keer dat ik meedeed aan een cabaretvoorstelling, is behoorlijk lang geleden.

Ik herinner mij van mijn optredens, dat ik vlak van tevoren dacht: oei, ik doe het maar niet. Om het dan uiteindelijk toch te doen. Datzelfde geldt mogelijk voor de andere dingen die ik onderneem. Misschien dat alles niet in een keer goed gaat, misschien dat ik af en toe op het verkeerde spoor zit, misschien dat ik nét wat te lang twijfel over mijn beslissingen… Wie weet worden alle onzekerheden en ‘nee’s’ uiteindelijk een geweldige ‘ja’.