Selecteer een pagina
De Baron 1898 op het hoogste punt Foto: René de Boer

De Baron 1898 op het hoogste punt
Foto: René de Boer

De Efteling is een magisch park met vele mooie attracties. Als kind vond ik dat al. Vorige week had ik de eer om hier meerdere dagen door te brengen met mijn familie. Sindsdien praat ik alleen nog maar over achtbanen. Waarom? Bij een achtbaan draait het niet alleen maar om loopings…

De Python (met twee loopings en twee kurkentrekkers, volgens de achtbaan-kenners) staat tijdens het weekend bovenaan op mijn ‘to do’-lijst. Hoewel deze achtbaan al sinds 1981 bestaat en dus legendarisch is, ben ik daar nog nooit in geweest. Bij een eerder bezoek was ik de enige die daar in wilde en dan ga je niet drie kwartier in de wachtrij staan.

De Python is een legendarische achtbaan zonder legende.

Bij de meeste attracties van de Efteling staat een sprookje centraal, maar de Python is gewoon de Python: een achtbaan zonder verhaal. In 1981 moet deze attractie zijn tijd ver vooruit zijn geweest. Nu ik er in 2016 eindelijk voor het eerst in zit, gaat hij wat mij betreft snel genoeg. De hele rit is spannend, zonder dat ik het te eng vind.

Samen met de Efteling op Twitter...

Samen met de Efteling op Twitter…

Prima ervaring, maar toch vind ik het vreemd dat de Python geen eigen sprookje heeft gekregen in een wereld vol wonderen. Een mooie vraag voor de afdeling Webcare. Hun antwoord: de verwachting is dat de Python geen verhaal gaat krijgen. Jammer, geen spannend sprookje dus over sluwe slangen… Toch blijft de Python mijn verbeelding prikkelen.

Vogel Rok: with the lights out, it’s more dangerous.

In de Vogel Rok, een achtbaan in het donker, zit ik meerdere keren achter elkaar, omdat het de lievelingsattractie is van mijn nichtje. Een leermoment voor mij is dat je deze attractie beter niet vlak na het ontbijt kunt doen. De veiligheidsbeugel zit namelijk best hard tegen mijn buik gedrukt. Hallóóóóó, broodje brie. De Vogel Rok vliegt voor mijn gevoel best snel voorbij, maar niks is wat het lijkt. Op YouTube is een filmpje van de Vogel Rok te vinden tijdens werklicht en dan ziet de rit er wat saaier uit (tip: vergeet dat filmpje). Nirvana zong ooit: “With the lights out, it’s less dangerous” maar dat geldt dus niet voor Vogel Rok.

De Vliegende Hollander biedt veel voor de avontuurlijke pretparkbezoeker: speciale effecten, een mooie wachtruimte en een boeiende vertelling over een hebzuchtige man. Het is een spookhuis, achtbaan en wildwaterbaan binnen één attractie. Vlak voor het instappen raak ik in de war. Dat heeft echter niet zoveel te maken met de spanning van deze achtbaan…

Sommige mensen die instappen bij De Vliegende Hollander, zijn minstens zo raadselachtig als de attractie.

Voor René en mij staat een gezin in de wachtrij: vader, moeder, jongetje, meisje. Als hun bootje vrijkomt, zegt de moeder tegen haar kroost: “Papa stapt eerst in, dan kan hij jullie stoeltjes alvast droog maken.” Ik word acuut een beetje bang voor haar. Papa stapt braaf in, maar het meisje begint (logischerwijs) te protesteren: “Dat vind ik niet leuk, mama!” Met dat meisje komt het wel goed, verwacht ik. Toch vraag ik mij af: verwacht die moeder nou echt dat je droog uit een attractie komt die met een “Splash!!!!” eindigt? Of zou ze stiekem de hele tocht bezig zijn om de nat geworden billen van haar gezin droog te wrijven? De moeder roept zoveel vragen bij mij op dat ik van de hele vloek op De Vliegende Hollander vrijwel niks meer meekrijg.

In de houten achtbaan Joris en de Draak raak ik opnieuw afgeleid door een bezoekster. Dat zit zo: na een half uur wachten, zit ik in mijn eentje op een tweepersoons-plek. Mijn gezelschap bestaat namelijk uit drie personen (nichtje, schoonzus en ik) zijn en je kunt met maximaal twee personen naast elkaar zitten.

“Ze moeten ervoor zorgen dat er meer mensen op de lege plekken worden gepropt!” schreeuwt een vrouw. Het lijkt alsof zij de draak speelt in het sprookje Joris en de draak.

Voordat ik aan de beurt ben, stapt er één jongen in. Als ik daarnaast ga zitten, dan zit ik niet met de rest van mijn gezelschap in de achtbaan-trein. Ik besluit om niet op deze trein stappen en ik gebaar naar de vrouw achter mij dat ze voor mag. Blijkbaar snapt ze dat niet helemaal, want ze begint te tieren: “Zoveel lege plekken in de achtbaan! Deze moeten worden volgepropt!” De trein vertrekt met de lege plek.

Ik ga zitten in de volgende trein en gebaar opnieuw naar de vrouw: er is ruimte naast mij. Ze blijft mopperen over het niet benutten van zitplekken in de treintjes, zonder te beseffen dat ze zelf kan bijdragen aan de oplossing. De achtbaanrit die volgt is snel en bijzonder (met twee achtbanen naast elkaar). Natuurlijk bevindt zich ook een grote, gevaarlijke, ‘echte’ vuurspuwende draak in de attractie, maar vergeleken met die vrouw is deze best wel zen.

Inhoudelijk heeft die mevrouw wel een punt: als je lang moet wachten voordat je aan de beurt bent, is het frustrerend als er allerlei lege plekken in de karretjes zijn. Met dat punt hebben de bedenkers van de allernieuwste achtbaan van de Efteling rekening gehouden. Bij de Baron 1898 is, behalve de normale rij, een single riders-wachtrij. Dat is een rij van mensen die het oké vinden om alleen in te stappen. Als er lege plekken ontstaan in een attractie, worden er bezoekers uit deze wachtrij gehaald: een efficiënte oplossing voor iedereen. Voordeel van de single riders-wachtrij is dat je minder lang hoeft te wachten.

Bij Baron 1898 sta je 2 seconden stil op het hoogste en engste punt... Foto: René de Boer

Bij Baron 1898 sta je 2 seconden stil op het hoogste en engste punt…
Foto: René de Boer

En zo beland ik in mijn eentje in de allerengste Efteling-attractie… Een bewuste keuze is dat niet. Eerder stond ik hier met meer personen, maar een wachttijd van tachtig minuten leek ons niet zo grappig (en uitstel van executie voor mij 😉 ). Als ik op het laatste moment toch nog een kijkje neem, is de wachttijd slechts vijf minuten. O jee, nu moet ik erin.

Ik sluit aan bij de single riders-wachtrij. Behalve dat dit sneller gaat, heeft dit ook het voordeel dat ik niet hoef na te denken over waar ik wil zitten. De meeste bezoekers kiezen voor een zitplaats vooraan bij de Baron 1898. Dat hoeft voor mij niet zo, omdat je op die plek volop in de diepte staart voordat je bijna loodrecht naar beneden dondert met 90 kilometer per uur. Laat mij maar mooi in het midden of achteraan zitten. Van een vriendelijke Efteling-medewerker krijg ik een kaartje met mijn toegewezen plek: sh*t, helemaal vooraan.

Terwijl de zenuwen door mijn lichaam razen, probeer ik goed om mij heen te kijken: het gebouw (een realistisch nagebouwde mijn) ziet er van binnen én van buiten prachtig en gedetailleerd uit. Het verhaal van Baron 1898 gaat – net als bij De Vliegende Hollander – over een hebzuchtige man. Om zijn rijkdom te vergroten wil Baron Gustave Hooghmoed goud winnen in een gebied dat bewaakt wordt door witte wieven. Zij saboteren de goudmijn, waardoor je als bezoeker in de achtbaan terechtkomt.

Het karretje staat stil op het hoogste punt. Ehm, wat doe ik hier?

“Hoog(h)moed komt voor den val!” roepen de witte wieven naar de bezoekers. Een mooie taalvondst, maar tijd om daarom te grinniken is er niet. Het achtbaan-karretje wordt snel naar boven getakeld. De bomen onder mij, lijken nu bizar klein. Er klinkt een bel en het karretje wordt stil gezet op het allerhoogste punt. Ik heb een eersteklas uitzicht op een tunnel, ver beneden in de grond. Uit de tunnel komt een enorme lading mist. Ik weet: over twee seconden hoor ik opnieuw de bel. Dan zal ik een vrije val maken van 37,5 meter, dwars door de mist, onder de grond en daarna gaat het karretje over de kop (een halve looping en een halve kurkentrekker, volgens de achtbaan-kenners). Kortom, dit is echt zo’n moment om te denken: “Wat doe ik hier eigenlijk?”

Hier is duidelijk te zien dat ik mij in een looping bevind. Hint: benen. :-) Foto: René de Boer

Hier is duidelijk te zien dat ik mij in een looping bevind. Hint: benen. 🙂
Foto: René de Boer

De tweede bel klinkt en het karretje komt steeds sneller in beweging. Recht naar beneden. Ik doe mijn ogen dicht, maar bedenk in een flits dat dat niet handig is voor het fotomoment. Ik open mijn ogen, staar in de mist, hang ineens ondersteboven, durf een hand los te laten zodat ik kan zwaaien naar de camera (hoe geconditioneerd kan een mens zijn?), ik slinger door bochten, er volgen wat hobbels en de rit is voorbij. Eigenlijk te kort voor een achtbaanrit, maar voor mij lang genoeg om te stuiteren van adrenaline. Bij de fotobalie koop ik een actiefoto van mezelf met rechtopstaand haar.

Fotomoment net ná de looping Uitsnede van de Efteling-foto

Fotomoment net ná de looping
Uitsnede van de Efteling-foto

Het geeft een goed gevoel om dingen te doen die voor mij op de scheidslijn liggen tussen wel of niet durven. Ik vind het ook tof als er een bijzonder verhaal aan een achtbaan is verbonden. Misschien moet ik dat laatste zelf gaan verzinnen bij de Python. 🙂 Tevreden ga ik met mijn familie terug naar het noorden. In mijn hoofd borrelen allerlei sprookjes met vreemde personages… Wie weet komt daar in onze werkelijkheid ooit wat zinnigs uit. Dankzij de achtbanen.